goede omgangsvormen

Een belangrijk aspect van welzijn zijn respectvolle omgangsvormen, respectievelijk het voorkómen van ongewenste omgangsvormen. Dat vraagt primair om zowel een individuele als gezamenlijke inspanning van de leden, waarbij ieder binnen de vereniging zijn/haar eigen verantwoordelijkheid dient te nemen. Het bestuur is verantwoordelijk voor een gezonde en veilige sportomgeving.

Onder ongewenste omgangsvormen verstaan wij seksuele intimidatie, agressie en geweld, pesten en discriminatie. De vereniging is gehouden dergelijke gedragingen tegen te gaan en te voorkomen en hier actief beleid in te voeren.

Het bestuur richt zich op de bevordering van een sfeer binnen de vereniging waarin ongewenste omgangsvormen niet voorkomen. Gebeurtenissen die betrekking hebben op ongewenste omgangsvormen zullen snel, grondig en met inachtneming van de privacy van betrokkenen worden onderzocht.
Als eerste stap worden daarbij de persoon of personen waarop deze gebeurtenissen betrekking hebben geïnformeerd. Wanneer het om vermeende strafbare feiten gaat, worden hetzij de betrokkenen gewezen op de mogelijkheid om aangifte bij de politie te doen, hetzij doet het bestuur direct aangifte bij de politie.

Indien een lid meent met boven beschreven ongewenste omgangsvormen geconfronteerd te worden kan deze dit melden bij het bestuur hetzij rechtstreeks, hetzij via een door betrokkene zelf gekozen vertrouwenspersoon. Het bestuur draagt zorg voor een eerste onderzoek en benoemt In overleg met dit lid of de zelf gekozen vertrouwenspersoon, indien nodig, een onafhankelijke vertrouwenspersoon zo mogelijk een arts of lid. De onafhankelijke vertrouwenspersoon draagt zorg voor het lid, dat aangeeft dat hij/zij te maken heeft (gehad) met ongewenste omgangsvormen, behartigt diens belangen en gaat vertrouwelijk met de informatie om. De onafhankelijke vertrouwenspersoon doet niets zonder dat het lid dit wil.

De taken van de onafhankelijke vertrouwenspersoon zijn:

  • ondersteuning van de klager/klaagster;
  • samen met de melder analyseren wat er aan de hand is en wat er aan te doen is;
  • zoeken naar een informele oplossing, bijvoorbeeld bemiddeling;
  • adviseren over het indienen van een formele interne klacht bij de voorzitter van het bestuur;
  • nagaan of er een procedure richting Tuchtrechtspraak ingezet kan of moet worden;
  • eventueel verwijzen naar professionele hulpverlening;
  • nazorg geven.

Het bestuur draagt er zorg voor:

  • dat een klacht adequaat behandeld wordt en geeft indien nodig tuchtrechtelijk vervolg aan de klacht;
  • dat de naam van de benoemde vertrouwenspersoon (onafhankelijke vertrouwenspersoon) binnen de vereniging indien nodig bekend gemaakt wordt via de gebruikelijke communicatie kanalen;
  • dat deze persoon kennis heeft genomen van de binnen de vereniging vastgestelde Gedragscode en overige relevante regelingen;
  • dat binnen het bestuur een contactpersoon wordt benoemd voor de onafhankelijke vertrouwenspersoon, in beginsel de voorzitter van de vereniging, bij diens ontstentenis of ongeschiktheid ieder ander bestuurslid dat voldoende onafhankelijk wordt bevonden;
  • dat over de behandeling van de klacht op (discrete) wijze informatie wordt verschaft binnen de vereniging;
  • dat na afhandeling van de klacht de onafhankelijke vertrouwenspersoon van zijn/haar taak wordt ontheven.

Vanaf het moment dat de melding over ongewenst gedrag bij het bestuur gedaan is, is degene die ongewenst gedrag verweten wordt bij het bestuur bekend. De desbetreffende persoon moet, ongeacht de aard en ernst van de klacht, kunnen rekenen op een zorgvuldige en respectvolle behandeling.

RV ‘De Krom’ hanteert als uitgangspunt dat de klacht snel, grondig en zorgvuldig wordt onderzocht, waarbij hoor en wederhoor worden toegepast. Indien daar aanleiding toe is, besluit het bestuur over passende disciplinaire maatregelen, in het zwaarste geval royement.

Bron: huishoudelijk reglement, artikelen 5.2 t/m 5.6