Gedrag en regels

Veiligheid staat bij roeien hoog in het vaandel, omdat mens en boot kwetsbaar zijn door water, weer en andere vaarweggebruikers. Vanaf de eerste instructieles wordt gewezen op de gevaren en getraind op veilig handelen. Riemen plat op het water is de eerste gehoorde opdracht en een gewoonte die zelden wordt nagelaten. Kameraadschap bepaalt het gedrag van de roeier, van het maatje, zoals dat ook bij mensen in gevaarlijke beroepen voor komt.

Veiligheid loopt dan ook door alle aspecten van en alle activiteiten bij het roeien heen. Of het nu om instructie, wedstrijdroeien, toertochten, het in en uitbrengen van de boten en het vlot gaat, in elk onderwerp vind je impliciet of expliciet de mogelijke oorzaken van gevaren en de door regelgeving genomen maatregelen. De vereniging draagt zorg voor de veiligheid door een reeks van verboden, aanbevelingen en regels, bijeengebracht in een veiligheidsplan en permanent onder de aandacht van de leden gebracht door een veiligheidscoördinator.

Juist omdat veiligheid in alle aspecten van de vereniging en het roeien vervlochten zit, is het veiligheidsplan een uitgebreid, systematisch opgezet werk, waarin ieder met zij eigen taak en verantwoordelijkheid kan vinden hoe hij zijn situatie en zijn handelen kan beveiligen. Het veiligheidsplan is te downloaden op [DOCUMENTATIE veiligheidsplan]

De Roeibond heeft een document getiteld ‘Aanbevelingen voor veilig varen’ uitgegeven. De tekst van dit document is opgenomen in de ‘Bonte Krommert’. U kunt het hier downloaden van de site van de KNRB. De aanbevelingen voor veilig varen zijn¬† onderverdeeld in adviezen betreffende mensen, boten, water en weer, hulpmiddelen, kleding.

Naast deze aanbevelingen zijn er ook door De Krom regels opgesteld ten aanzien van het niet roeien bij sterke wind, mist, vorst, onweer en na zonsondergang. Zie hiervoor¬† [DOCUMENTATIE ‘Roeiverbod en weersomstandigheden’ ].

Voorts zijn de volgende hulpmiddelen aanwezig bij de club. Aan de buitenwand van de loods (Rijnzijde) hangen een reddingsboei en een werpklos. Ieder lid dient op de hoogte te zijn van de aanwezigheid van deze reddingsmiddelen en dient de instructies voor het gebruik hiervan goed in zich op te nemen. Verder zijn op de vereniging de volgende hulpmiddelen aanwezig: een lange pikhaak, een blusapparaat, verbandtrommels en droge kleding.